02/08/2021

Surseance van betaling
Maak schoon schip via een dwangakkoord

Je verkeert al enige tijd in ernstige betalingsproblemen. Je hebt een plan hoe dat op te gaan lossen, maar die oplossing laat dusdanig lang op zich wachten dat je ondertussen moet vrezen voor een faillissement. Dan kun je kiezen voor de surseance van betaling. Je krijgt dan de tijd om orde op zaken te stellen. Kijk dan vooral naar de akkoordregeling die bij de surseance hoort. Daar zoomen we hieronder op in. 

Deze vragen komen aan bod:

Surseance in het kort. Wat is het?

Surseance van betaling is in feite uitstel van betaling. De rechter kan voor maximaal 1,5 jaar uitstel van betaling verlenen. Binnen die tijd moet de schuldenachterstand zijn ingelopen. Een extra mogelijkheid om dit voor elkaar te krijgen is om een dwangakkoord aan te bieden aan jouw schuldeisers om zo schoon schip te maken.

Er wordt altijd meteen een bewindvoerder aangesteld, die mee zal kijken naar de haalbaarheid van het “reddingsplan” van het bedrijf. De bewindvoerder voert samen met de directie het dagelijks bestuur uit en neemt mede belangrijke beslissingen. Als de onderneming volgens de bewindvoerder echt niet meer verder kan, vraagt de bewindvoerder alsnog het faillissement aan.

Voor welk probleem is surseance een oplossing?

Hier de belangrijkste voordelen van een surseance op een rijtje:

  1. Je kunt een dwangakkoord aanbieden, oftewel een akkoord waar (bijna) alle schuldeisers aan gebonden zijn ook als een minderheid tegenstemt.
  2. Je kunt samen met de bewindvoerder huurovereenkomsten tussentijds beëindigen, in minder dan 3 maanden.
    Je krijgt een adempauze om in de tussentijd aan jouw oplossing te werken, alle beslagen en executies worden opgeschort.

Kom ik ook van mijn werknemers af?

Nee, niet direct. Anders dan bij een faillissement kunnen werknemers niet op eenvoudige wijze worden ontslagen (opgezegd). Alhoewel de economische noodzaak vaak een gegeven zal zijn, zul je toch langs het UWV moeten. Ook kan een transitievergoeding worden bepaald die weer niet onder het akkoord valt. Voor personele reorganisatie is de surseance dus minder geschikt.

Dat lijkt wel een beetje op de WHOA. Wat is het verschil?

De grootste verschillen?

  • met de WHOA kun je ook belastingschulden mee-saneren; dat kan in een surseance akkoord niet (hoewel de fiscus in de praktijk wel vaak “meedoet”).
  • de WHOA biedt mogelijkheden om duurovereenkomsten aan te laten passen; die mogelijkheid kent de surseance niet.
  • de WHOA biedt meer mogelijkheden en flexibiliteit om het akkoord in te richten, bijvoorbeeld omdat je de schuldeisers kunt categoriseren en iedere categorie een ander aanbod doen
  • bij een surseance zal er altijd een bewindvoerder naast je komen te staan die over de belangen van de schuldeisers waakt; bij de WHOA kan er een herstructureringsdeskundige worden aangesteld, maar dat hoeft niet.
  • de WHOA is iets meer formeel gebonden aan voorschriften wat betreft onderbouwing van het akkoord en de noodzaak daartoe.

De surseance verschilt dus niet eens zo heel erg van de WHOA. Wel heeft de surseance in de loop der jaren een wat slechte naam gekregen, omdat 98% van de surseances eindigt in faillissement. De oorzaak daarvan is meestal een slechte voorbereiding. Ga je de surseance in zonder deugdelijk reddingsplan, strand je heel snel. Daar zorgt de bewindvoerder dan wel voor. Ook kan de surseance gebruikt (misbruikt) worden als slim trucje om buiten de aandeelhouders om het faillissement aan te vragen.

Wanneer kom ik in aanmerking voor deze oplossing? Aan welke voorwaarden moet ik voldoen?

  1. Je hebt acute, tijdelijke financiële problemen waarvan je verwacht dat die binnen een overzichtelijke tijd – na een welkome adempauze – opgelost kunnen worden; daarvoor is een “reddingsplan” (zoals een akkoord).
  2. Er is sprake van een positieve cashflow, oftewel de schulden mogen ondertussen niet groter worden.
  3. Je hebt een bedrag beschikbaar of een financier achter de hand die bereid is bij te dragen aan een oplossing, bijvoorbeeld door aanbieding van een akkoord. Ook moet je de rekening van de bewindvoerder betalen.
  4. De belastingschulden zijn niet onoverkomelijk groot. Voor die schulden biedt de surseance namelijk geen oplossing. Belastingschulden moeten gewoon betaald worden, hoewel je eventueel met medewerking van de belastingdienst een aparte regeling kunt maken.

Hoe gaat zo’n akkoord via surseance eigenlijk in zijn werk?

Er zijn verschillende manieren waarop dit kan plaatsvinden. Als je van plan bent om de schuldenlast geleidelijk in te lopen, dan doorloop je waarschijnlijk het volledige formele traject van de surseance. Als je de surseance heel bewust in wilt zetten vanwege de akkoordregeling die erbij hoort, dan kun je veel korter door de bocht.

Wij gaan voor nu uit van de kortste route naar een oplossing, oftewel de snelste stappen naar een akkoord in surseance. Sterk vereenvoudigd, ziet dat er dan zo uit:

  1. Eerst kijken we of je in aanmerking komt voor een surseance. Dat doen we aan de hand van bovenstaande (economische) criteria. Is dat niet het geval, bijvoorbeeld omdat je aanhoudende verliezen maakt, is de kans (te) groot dat de surseance meteen wordt omgezet in een faillissement. Zonde van tijd en geld om verder te gaan op een kansloos spoor.
  2. We bereiden de surseance voor. Dat begint met een begroting voor de surseanceperiode, waaronder begrepen omzetprognoses en een liquiditeitsbegroting. De tent moet vooral blijven draaien in de aanloop naar het akkoord. Dit is ook het eerste waar de bewindvoerder naar zal vragen, zodra de surseance formeel van start gaat.
  3. Vervolgens bereiden we het ontwerp akkoord voor. We inventariseren de totale schuldenlast en we bekijken wat het bod moet gaat zijn. Uitganspunt is dat de schuldeisers met het aangeboden akkoord beter af zijn dan bij faillissement. Meestal wordt het benodigde bedrag door een derde partij ter beschikking gesteld, op voorwaarde dat het akkoord definitief wordt vastgesteld.
  4. Als we klaar zijn, dienen we het surseance verzoek in bij de rechtbank. Als het verzoekschrift aan alle eisen voldoet, krijg je van de rechtbank voorlopige surseance van betaling. Er vindt nog geen zitting plaats. De rechter benoemt dan ook een bewindvoerder. De bewindvoerder waakt over de belangen van de schuldeisers.
  5. (Wanneer onderdeel van het reddingsplan de opzegging van bijvoorbeeld huurovereenkomsten inhoudt, of het afscheid nemen van personeel, zal dat eerst samen met de bewindvoerder worden besproken en uitgevoerd. In deze gevallen zal het starten van het akkoordtraject even op zich laten wachten.)
  6. Wanneer we uitsluitend het akkoord tot doel hebben, kunnen we het akkoordtraject gelijktijdig met het surseance-verzoek al opstarten. Dat doen we door direct het ontwerpakkoord bij de rechtbank neer te leggen. Dat akkoord wordt dan ter inzage gelegd en aan de bewindvoerder overhandigd.
  7. Gewoonlijk geeft de rechtbank in dat geval voorrang aan het akkoordtraject door spoedig te bepalen:

    A. wanneer de schuldeisers hun vorderingen uiterlijk moeten hebben ingediend bij de bewindvoerder;

    B. de dag en het tijdstip waarop het aangeboden akkoord door de rechtbank zal worden behandeld. Dit wordt ook gepubliceerd in de Staatscourant.
  8. De bewindvoerder zal aan de hand van de ingediende vorderingen een crediteurenlijst opstellen, met daarop de schuldeisers en hun vorderingen. Ook zal de bewindvoerder daarbij noteren of zij/hij vindt of de vorderingen kloppen of niet. Dit kan soms nog wat discussie opleveren tussen de bewindvoerder en sommige schuldeisers, waar weer diverse regelingen voor zijn hoe dat op te lossen.
  9. De bewindvoerder zal tussentijds verslag uitbrengen over de voortgang van de surseance en over het aangeboden akkoord. De bewindvoerder waakt over de belangen van de schuldeisers, dus zal zij/hij bekijken of het akkoord inderdaad ook het beste is voor de crediteuren. De mening van de bewindvoerder is daarmee van grote invloed op de kansen op een succesvol akkoord.
  10. Het is gebruikelijk om van de schuldeisers een schriftelijke volmacht te krijgen om namens hen een stem uit te brengen. Zo weet je meestal voor de stemming al of je het gaat redden of niet.
  11. Op de door de rechtbank bepaalde dag vindt dan de stemming plaats. Hierbij wordt uitgegaan van de lijst van de bewindvoerders, waarin zij de goedgekeurde schuldeisers hebben opgenomen. Vervolgens is het goed om te weten dat alleen de stemmen meegeteld worden van de schuldeisers die ter zitting zijn verschenen. Dat kan doordat wij daadwerkelijk aanwezig zijn, maar dat kan – zoals gezegd – ook doordat zij een schriftelijke machtiging hebben afgegeven. Om een akkoord te bereiken is het vervolgens vereist:

    dat de helft van het aantal schuldeisers vóórstemt en
    dat die schuldeisers samen méér dan de helft van de totale schuldenlast vertegenwoordigen

  12. Is het akkoord succesvol door de stemming geloodst, volgt er nog een laatste zitting door de rechtbank die het akkoord nog aan een algemene toets onderwerpt. Punten waar naar wordt gekeken:

Zijn de schuldeisers daadwerkelijk beter af met het akkoord dan met het alternatief?
Is het voldoende gewaarborgd dat het akkoord kan worden nagekomen, oftewel: is het geld er ook om uit te keren?
Zijn er geen spelletjes gespeeld, bijvoorbeeld doordat er onderhandse deals zijn gesloten met bepaalde schuldeisers?
Wordt het akkoord door de rechtbank gehomologeerd, oftewel goedgekeurd, dan is het definitief. Na uitkering ben je van de schulden af en kun je met een schone lei weer verder.

Wat is de doorlooptijd van zo'n traject?

Een traject zoals hierboven geschetst kan – als alles meezit – doorlopen worden in enkele maanden, inclusief de voorbereidingen. Het is vooral bepalend hoe complex de schuldenstructuur is, welke termijnen de rechtbank kiest voor het indienen van de vorderingen. Vervolgens is ook bepalend of de bewindvoerder meewerkt, die kan uitstel aanvragen.

Doorloop je het hele formele traject? Dan is de doorlooptijd als volgt. Een surseance van betaling wordt ‘voorlopig’ uitgesproken voor de duur van over het algemeen 2 tot 3 maanden. Na die 3 maanden wordt een crediteurenvergadering gehouden, waarbij wordt gestemd over een definitieve verlening van surseance van betaling voor maximaal anderhalf jaar.

Hoe groot is de kans van slagen?

Voldoe je aan de voorwaarden, heb je de schuldeisers echter iets beters te bieden? Kun je dat cijfermatig onderbouwen? Kun je de bewindvoerder er meteen van overtuigen dat je met een kansrijk plan bezig bent? Hoe groot is de “gunfactor” bij jouw schuldeisers? Een goede voorbereiding is dus bepalend voor de kans van slagen. Veel surseances eindigen in een faillissement omdat ze niet of niet goed zijn voorbereid.

Wat kost dat?

De omvang van de juridische kosten hangt vooral af van de tijd en moeite die het zal kosten om jouw schuldeisers te overtuigen mee te werken aan het akkoord. Drie aspecten zijn dan van belang:

  1. Wat is de aard en omvang van jouw schuldenlast? Hoe meer schulden en schuldeisers, hoe meer werk het is om hen allemaal aan boord te krijgen. En de kans wordt dan groter dat je actieve tegenwerking kunt verwachten.
  2. Hoe evident is de financiële situatie? Naarmate het lastiger is om jouw schuldeisers (onderbouwd) te laten zien dat de situatie (nagenoeg) uitzichtloos is, naarmate dat op allerlei manieren meer tijd gaat kosten om hen te overtuigen om mee te werken.
  3. Naarmate je een hoger bedrag beschikbaar hebt om aan te bieden, naarmate het eenvoudiger wordt om medewerking te krijgen. Heb je een minimaal bedrag te bieden, dan moet er meer tijd gestoken worden in andere manieren om hen te overtuigen.

Zit alles wat we hierboven beschreven mee? Dan kun je voor € 5.0000,00 tot € 7.500,00 aan juridische kosten een heel eind komen. Zit het tegen, dan kan het snel een veelvoud hiervan worden.

Gelinkte artikelen

Meet the experts