Nieuw rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst: wat verandert er per 31 december 2026?

Eva Korver
eva.korver@vdt-advocaten.nl
Werk je als werkgever of opdrachtgever met zzp’ers? Dan is het goed om op de hoogte te zijn van een belangrijke wijziging in het arbeidsrecht. Op 18 juni 2026 is de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief aangenomen en gepubliceerd in het Staatsblad (Stb. 2026, 158). Inmiddels is ook de inwerkingtredingsdatum bekend: 31 december 2026.
Met deze wet wil de wetgever schijnzelfstandigheid verder tegengaan en de positie van zelfstandigen versterken. Voor werkgevers en opdrachtgevers betekent dit vooral dat de bewijslast bij een discussie over de arbeidsrelatie kan verschuiven. Wat verandert er precies en wat kun je nu al doen?
Waar komt deze wet vandaan?
De nieuwe regeling maakt onderdeel uit van de bredere aanpak van schijnzelfstandigheid. Oorspronkelijk maakte ook de verduidelijking van het beoordelingskader voor arbeidsrelaties (Vbar) deel uit van het wetsvoorstel. Dat onderdeel is later geschrapt. Wat overblijft, is het nieuwe rechtsvermoeden op basis van een uurtarief.
Wat houdt het nieuwe rechtsvermoeden in?
Met de invoering van artikel 7:610aa BW geldt straks dat iemand die werkzaamheden verricht tegen een uurtarief van € 36,- of lager (jaarlijks geïndexeerd), wordt vermoed te werken op basis van een arbeidsovereenkomst.
Dat betekent niet dat automatisch sprake is van een dienstverband. Het gaat om een weerlegbaar rechtsvermoeden. Als een zelfstandige zich op deze regeling beroept, is het aan de opdrachtgever om aannemelijk te maken dat géén sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Het bedrag van € 36,- wordt jaarlijks geïndexeerd. Voor de eerste toepassing na de inwerkingtreding wordt het geldende bedrag nog bij ministeriële regeling vastgesteld.
Wat verandert er voor werkgevers?
De belangrijkste wijziging zit in de bewijslast. Nu moet een zelfstandige die stelt werknemer te zijn, in beginsel zelf aantonen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Straks hoeft de zelfstandige (of bijvoorbeeld een vakbond of pensioenfonds namens de zelfstandige) alleen aannemelijk te maken dat het uurtarief onder de wettelijke tariefgrens ligt.
Vervolgens is het aan de opdrachtgever om aan te tonen dat géén sprake is van een arbeidsovereenkomst. Lukt dat niet, dan kan de arbeidsrelatie als arbeidsovereenkomst worden aangemerkt, met alle arbeidsrechtelijke gevolgen van dien, zoals bijvoorbeeld loondoorbetaling bij ziekte en ontslagbescherming.
Overigens blijft ook het bestaande rechtsvermoeden van artikel 7:610a BW gewoon bestaan. In sommige situaties kan een werkende zich zelfs op beide regelingen beroepen.
Wat kun je nu al doen?
Hoewel de wet pas op 31 december 2026 in werking treedt, is het verstandig om alvast te beoordelen welke gevolgen de nieuwe regeling voor jouw organisatie heeft. Breng in kaart welke zelfstandigen werken tegen een uurtarief rond de wettelijke tariefgrens en kijk kritisch naar de manier waarop de werkzaamheden in de praktijk worden uitgevoerd. Past de samenwerking daadwerkelijk bij zelfstandig ondernemerschap?
Leg daarnaast de gemaakte afspraken over het tarief en de uitvoering van de werkzaamheden goed vast. Dat kan van belang zijn als later discussie ontstaat over de aard van de arbeidsrelatie.
Het kan verleidelijk zijn om als organisatie of binnen een branche af te spreken dat zelfstandigen voortaan altijd boven de wettelijke tariefgrens worden ingehuurd. Daarmee is echter voorzichtigheid geboden. De wet introduceert namelijk geen wettelijk minimumtarief, maar uitsluitend een rechtsvermoeden. Collectieve afspraken over minimumtarieven kunnen bovendien mededingingsrechtelijke vragen oproepen.
Tot slot
Met de invoering van het nieuwe rechtsvermoeden zet de wetgever opnieuw een stap in de aanpak van schijnzelfstandigheid. Organisaties die met zelfstandigen werken, doen er verstandig aan om hun inhuurpraktijk tijdig tegen het licht te houden. Zo voorkom je verrassingen wanneer de nieuwe regeling op 31 december 2026 in werking treedt.
Heb je vragen over de inzet van zzp’ers of wil je laten beoordelen of jouw overeenkomsten en werkwijze nog aansluiten bij de actuele wet- en regelgeving? Neem vooral contact met ons op via 013 544 04 00 en vraag naar Team Mens & Arbeid.
Inhoudsopgave
Tags
Plan een vrijblijvend gesprek in