Beschermd: Extra laadpunten verplicht bij bedrijfspanden per 1 januari 2027: wat moet je als verhuurder regelen?

Vanaf 2027 gelden strengere regels voor laadpunten bij bestaande bedrijfspanden met meer dan 20 parkeerplaatsen. De norm lijkt overzichtelijk, maar in de praktijk spelen vooral toepasselijkheid, planning en huurafspraken. Door nu parkeerplaatsen, gebouwtype en contractafspraken te controleren, ben je er op tijd bij.

Amy van Wanrooij

amy.wanrooij@vdt-advocaten.nl

Vanaf 1 januari 2027 geldt voor bestaande bedrijfspanden met meer dan 20 parkeerplaatsen een nieuwe hoofdregel: minimaal 1 laadpunt per 10 parkeerplaatsen. Verhuur je een bedrijfspand met parkeerplaatsen, dan is het dus verstandig om nu te controleren of jouw pand onder die norm valt. Let op: het betreft bedrijfspanden, dus geen woningbouw.

Voor verhuurders spelen daarbij vooral twee vragen. Wat is jouw wettelijke verplichting? En hoe werkt die verplichting door in de verhouding met huurders, vooral als het gaat om kosten, medewerking en beheer?

Wat houdt de regeling in?

De laadpuntenregels staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving. De regeling maakt onderscheid tussen bestaande bouw, nieuwbouw en ingrijpende renovatie.

Voor bestaande gebouwen zonder woonfunctie met meer dan 20 parkeerplaatsen geldt sinds 2025 al dat er ten minste één laadpunt aanwezig moet zijn. Vanaf 1 januari 2027 wordt die eis aangescherpt. Dan geldt als hoofdregel:

  1. minimaal 1 laadpunt per 10 parkeerplaatsen; of
  2. leidingdoorvoeren (mantelbuizen ter voorbereiding) voor minimaal de helft van de parkeerplaatsen.

Voor nieuwbouw en ingrijpende renovatie gelden andere eisen. Daar ligt de drempel lager en kunnen ook eisen gelden voor voorbekabeling en leidingdoorvoeren. Bij nieuwe gebouwen zonder woonfunctie met meer dan 5 parkeerplaatsen gelden zwaardere eisen. Voor nieuwe kantoorgebouwen is de norm strenger dan voor andere bedrijfspanden.

De regeling is dus overzichtelijk in haar doel: bedrijfspanden met parkeerplaatsen moeten beter voorbereid zijn op elektrisch vervoer. Maar de uitkomst verschilt per pand. Daarom helpt het om eerst praktisch te bepalen in welke situatie jouw pand valt.

Moet je iets doen? Is er sprake van bestaande bouw of nieuwbouw

De eerste vraag is: onder welke categorie valt jouw pand?

Situatie A1. Bestaand bedrijfspand met 20 parkeerplaatsen of minder

Dan lijkt deze bestaande-bouwregel voorlopig niet tot een extra laadpuntenverplichting te leiden.

Situatie A2. Bestaand bedrijfspand met meer dan 20 parkeerplaatsen

Vanaf 1 januari 2027 geldt dan: 1 laadpunt per 10 parkeerplaatsen, óf leidingdoorvoeren voor minimaal de helft van de parkeerplaatsen.

Daarbij gaat het om parkeerplaatsen die bij het gebouw horen, bijvoorbeeld in het gebouw of op hetzelfde bouwwerkperceel. Tel dus niet alleen de vakken, maar kijk ook of ze juridisch en feitelijk bij het pand horen.

Situatie B1. Nieuwbouw of ingrijpende renovatie met 5 parkeerplaatsen of minder

Dan geldt op basis van deze laadpuntenregels in beginsel geen laadinfrastructuurplicht. Let wel op projectafspraken, vergunningseisen, duurzaamheidsambities en wensen van toekomstige huurders.

Situatie B2. Nieuwbouw of ingrijpende renovatie met meer dan 5 parkeerplaatsen

Dan gelden de nieuwbouwregels. Voor nieuwe bedrijfspanden geldt in hoofdlijnen 1 laadpunt per 5 parkeerplaatsen. Voor nieuwe kantoorgebouwen is de norm strenger: 1 laadpunt per 2 parkeerplaatsen. Daarnaast kunnen eisen gelden voor voorbekabeling en leidingdoorvoeren.

Wie draagt de kosten in de huurrelatie?

De wettelijke norm kijkt naar het gebouw. Het huurcontract verandert niets die wettelijke verplichtingen van jou als verhuurder. De kostenverdeling is een andere vraag: die speelt in de verhouding tussen verhuurder en huurder.

Vuistregel voor de kosten: de wettelijke basisvoorziening komt in beginsel voor rekening van de verhuurder/eigenaar, tenzij het huurcontract de kosten duidelijk anders verdeelt. Extra wensen van de huurder, zoals meer laadpunten, exclusieve plekken of hogere laadcapaciteit, komen eerder voor rekening van de huurder.

Die vuistregel helpt om het gesprek zuiver te houden. Maak onderscheid tussen drie lagen:

Wettelijke basisvoorziening
Wat is minimaal nodig om het pand aan de laadpuntennorm te laten voldoen?

Extra gebruikerswens
Wat wil een huurder extra voor zijn eigen bedrijfsvoering, zoals extra laadpunten, exclusieve plekken of hogere laadcapaciteit?

Exploitatie en beheer
Wie betaalt stroom, onderhoud, storingen, software, laadpasbeheer en eventuele vervanging?

Wat als je niets doet?

Negeer je de regeling, dan loop je twee soorten risico:

  1. Het eerste risico komt vanuit de gemeente. De laadpuntenverplichting staat in het Bbl. Gemeenten hebben in de praktijk een rol bij toezicht en handhaving. Dat betekent waarschijnlijk niet dat iedere verhuurder op 2 januari 2027 direct een handhavingsbrief krijgt. Handhaving hangt af van gemeentelijke prioriteiten, capaciteit en signalen. Maar als jouw pand onder de norm valt en niet voldoet, kan het bevoegd gezag optreden. Denk aan een aanschrijving of uiteindelijk een last onder dwangsom.
  2. Het tweede risico zit in de huurrelatie. Een huurder kan druk zetten als laadpunten nodig zijn voor zijn bedrijfsvoering, als parkeerplaatsen onderdeel zijn van het gehuurde of als de huurder niet zelfstandig voorzieningen mag aanbrengen. Dan kan discussie ontstaan over medewerking, kosten, servicekosten, toestemming, onderhoud en oplevering bij einde huur.

De belangrijkste conclusie voor verhuurders: begin niet bij de laadpaal, maar bij het pand en het contract. Dan weet je eerst of het gebouw onder de norm valt, daarna wat praktisch nodig is en vervolgens hoe je kosten, uitvoering en beheer met huurders kunt organiseren.

Inhoudsopgave

Tags

Plan een vrijblijvend gesprek in