RIV-toets op de schop: meer zekerheid voor werkgevers bij re-integratie

Eva Korver
eva.korver@vdt-advocaten.nl
Je werknemer is bijna twee jaar ziek. Je hebt het advies van de bedrijfsarts gevolgd, de re-integratie daarop ingericht en gedaan wat volgens dat advies nodig was. Toch kan het UWV achteraf tot een ander medisch oordeel komen over wat je werknemer nog kon doen. Als daardoor volgens het UWV re-integratiekansen zijn gemist, kan een loonsanctie volgen. Met als mogelijk gevolg: bovenop je loondoorbetalingsplicht van 104 nog maximaal 52 weken extra loon doorbetalen.
Het kabinet wil die onzekerheid wegnemen. In een nieuw wetsvoorstel wordt het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werknemer leidend bij de toets van de re-integratie door het UWV. Het voorstel ligt inmiddels bij de Tweede Kamer.
Voor werkgevers klinkt dat als goed nieuws. Maar het betekent niet dat je straks achterover kunt leunen zodra de bedrijfsarts zijn advies heeft gegeven. De re-integratieverplichtingen blijven gewoon bestaan.
Eerst even terug: wat toetst het UWV nu?
Tijdens de eerste twee ziektejaren moeten werkgever en werknemer zich inspannen voor re-integratie. Is de werknemer na bijna twee jaar nog niet (volledig) aan het werk? Dan kan een WIA-aanvraag in beeld komen. Bij die aanvraag toetst het UWV de re-integratie en beoordeelt het re-integratieverslag. Dit wordt ook wel de RIV-toets genoemd. Kort gezegd toetst het UWV: is er voldoende resultaat bereikt? En zo niet, hebben werkgever en werknemer voldoende gedaan om de werknemer weer aan het werk te krijgen?
Daarbij kan ook de medische beoordeling een rol spelen. Heeft de bedrijfsarts bijvoorbeeld geoordeeld dat een werknemer bepaalde mogelijkheden niet heeft, dan kan een verzekeringsarts van het UWV daar anders tegen aankijken.
En daar zit voor werkgevers een lastig punt. Je mag als werkgever zelf geen medische beoordeling maken en moet voor de belastbaarheid van je werknemer varen op de bedrijfsarts. Maar als het UWV achteraf vindt dat die belastbaarheid anders lag en er daardoor re-integratiekansen zijn gemist, kan dat wel gevolgen hebben voor jouw loondoorbetalingsplicht. Het wetsvoorstel moet juist die onzekerheid wegnemen.
Wat verandert er?
Het wetsvoorstel regelt dat bij de RIV-toets het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werknemer leidend wordt.
Het UWV beoordeelt dat medische advies dan niet opnieuw via een verzekeringsarts. Een werkgever kan daardoor niet meer een loonsanctie krijgen omdat de verzekeringsarts van het UWV achteraf anders oordeelt over de belastbaarheid van de werknemer dan de bedrijfsarts.
Dat geeft meer voorspelbaarheid. Als je als werkgever voor het medische deel van de re-integratie uitgaat van het advies van de bedrijfsarts, hoef je niet meer rekening te houden met het risico dat het UWV datzelfde medische uitgangspunt twee jaar later anders beoordeelt. Het kabinet vindt dat redelijk, juist omdat een werkgever de medische belastbaarheid niet zelf kan en mag vaststellen.
Betekent dit het einde van de loonsanctie? Nee.
Het wetsvoorstel schrapt de RIV-toets en ook de mogelijkheid van een loonsanctie niet. Het UWV blijft beoordelen of werkgever en werknemer voldoende re-integratie-inspanningen hebben verricht. Zijn de inspanningen onvoldoende, ontbreekt daarvoor een goede reden en kunnen de tekortkomingen nog worden hersteld? Dan kan het UWV de loondoorbetalingsplicht nog steeds met maximaal 52 weken verlengen.
Wat verdwijnt, is één specifieke grond voor zo’n sanctie: het medische verschil van inzicht tussen de bedrijfsarts en de verzekeringsarts van het UWV. Voor werkgevers blijft de praktische opdracht dus vrijwel even belangrijk: zorg dat je niet alleen een advies van de bedrijfsarts hébt, maar dat je er ook aantoonbaar en tijdig naar handelt.
Wat betekent dit straks voor jou als werkgever?
Wordt het voorstel aangenomen, dan geeft dat je op één belangrijk punt meer zekerheid. Je mag bij de re-integratie uitgaan van het oordeel van de bedrijfsarts over wat de werknemer medisch gezien aankan. Het UWV kan je dan niet meer een loonsanctie opleggen alleen omdat de verzekeringsarts daar achteraf anders over oordeelt.
Maar juist daardoor wordt de kwaliteit van het proces vóór de RIV-toets belangrijk.
Voor HR en werkgevers betekent dat in de praktijk vooral:
- Vertaal het advies naar actie. Welke werkzaamheden en re-integratiestappen zijn volgens de bedrijfsarts mogelijk?
- Leg vast wat je doet. Het UWV blijft beoordelen wat werkgever en werknemer daadwerkelijk aan re-integratie hebben gedaan.
- Stuur bij als de praktijk niet aansluit op het advies. Verandert de situatie of blijkt een voorgestelde stap niet werkbaar? Laat dat niet liggen, maar onderneem actie.
- Blijf zelf regie voeren. Een advies van de bedrijfsarts neemt jouw verantwoordelijkheid voor het re-integratieproces niet weg.
De wetswijziging kan dus een onzekerheid uit het systeem halen. Goed verzuimmanagement wordt er niet minder belangrijk door.
Wat is de status van het wetsvoorstel?
De wijziging van de RIV-toets is een wetsvoorstel en nog geen wet. Het wetsvoorstel is op 31 augustus 2026 ingediend bij de Tweede Kamer en wordt daar momenteel nog behandeld. De beoogde invoering van de gewijzigde RIV-toets is voorzien voor 2028. Het wetsvoorstel zelf noemt echter geen vaste ingangsdatum. Die wordt later bepaald.
Kortom: werkgevers hoeven hun werkwijze vandaag nog niet aan te passen aan de nieuwe RIV-toets. Maar dit is wel een ontwikkeling om te volgen. Als het voorstel wordt aangenomen, verandert de rolverdeling tussen de bedrijfsarts en het UWV wezenlijk.
Wat kun je nu al doen?
Eigenlijk precies wat bij iedere langdurig zieke werknemer verstandig is: zorg dat je re-integratieproces niet alleen op papier klopt.
Weet welke adviezen er liggen, vertaal ze tijdig naar concrete acties, controleer of die acties ook echt worden uitgevoerd en leg vast waarom je bepaalde keuzes maakt. Zie je dat een advies en de dagelijkse praktijk uit elkaar gaan lopen? Wacht dan niet tot de WIA-aanvraag om daar iets mee te doen.
Vragen over een lopend re-integratietraject of twijfel je of een dossier voldoende op orde is? Bel dan vooral naar de Arbeid Optimaal hulplijn: 013 207 10 04. Wij helpen je graag verder!
Inhoudsopgave
Tags
Plan een vrijblijvend gesprek in