Update 15 jan 2026

Vakantiedagen bij langdurig zieke werknemers: een nieuwe wending?

Lange tijd werd aangenomen dat werknemers die langer dan 104 weken ziek zijn, geen vakantiedagen meer opbouwen na deze periode van 104 weken van ziekte. Dat komt vanuit de gedachte dat vanaf dat moment geen recht meer op loon bestaat. Maar bouwt een werknemer dan nog vakantiedagen op? Wij zien een interessante wending in de rechtspraak ontstaan, waarbij de werknemer toch wél recht op vakantiedagen blijft opbouwen na 104 weken van ziekte. We leggen je uit waar dit vandaan komt en hoe je hiermee moet omgaan als werkgever.

Nederlandse jurisprudentie zegt ‘ja’ en ‘nee’: wat is het nu?

Eerder schreven we over een uitspraak van de kantonrechter in Arnhem op 12 augustus 2025. Daar kreeg een werknemer een IVA-uitkering omdat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was. Hij werkte niet meer, de periode van 104 weken was voorbij en hij ontving geen loon. Toch besloot de kantonrechter in die uitspraak dat hij wél vakantiedagen bleef opbouwen. Volgens deze kantonrechter mag opbouw van vakantiedagen namelijk niet afhankelijk zijn van loon, in lijn met Europees recht.

Kort voor de feestdagen van 2025 kwam de rechter in Groningen echter tot een andere conclusie, namelijk dat er geenvakantiedagen opgebouwd worden na 104 weken van ziekte. In deze zaak ging het om een installatiemonteur die sinds november 2021 arbeidsongeschikt was. Vanaf november 2023 ontving hij een WIA-uitkering, werkte niet meer en kreeg geen loon. Toch claimde hij 238,35 uur vakantiedagen na het einde van de wachttijd van 104 weken. Hij verwees naar de eerdere uitspraak van Arnhem.

De rechter wees dat af. De redenen:

  • Bij een slapend dienstverband is er geen recht op loon.
  • Vakantiedagen bestaan volgens de Arbeidstijdenrichtlijn alleen met behoud van loon. Zonder loon geen recht op vakantie.
  • Het doel van vakantiedagen – rust, ontspanning en vrije tijd – kan niet worden bereikt als de werknemer niet meer werkt.
  • Na het einde van de wachttijd valt een werknemer vaak terug op een sociale uitkering, die in principe ook vakantie-uitkering dekt.

Conclusie: volgens de rechter uit Groningen bouwt een werknemer tijdens een slapend dienstverband geen vakantiedagen meer op. Deze uitspraak staat dus haaks op de eerdere uitspraak.

Wie heeft er gelijk? Wordt er wel of geen vakantie opgebouwd na 104 weken van ziekte? Hier zou naar onze mening geen discussie moeten zijn: het is ofwel ‘ja’, ofwel ‘nee’, maar op dit moment maakt de Nederlandse wetgeving deze vraag lastig(er) te beantwoorden als we dit vergelijken met Europees recht. Hoog tijd dus om te kijken hoe dit juridisch zit!

 

Hoe heeft de wetgever het bedoeld?

Het Kabinet nam eerder het standpunt in dat de opbouw van wettelijke vakantiedagen tijdens ziekte stopt na de loondoorbetalingsperiode. Ook bij een slapend dienstverband, dus na 104 weken van ziekte als er niet meer gewerkt wordt. Volgens het Kabinet is de Nederlandse wet niet in strijd met Europees recht, dus het Kabinet oordeelt in lijn met de rechter uit Groningen eind 2025. Is dat terecht?

 

Wat zegt het Europees recht?

Er is een uitspraak op Europeesrechtelijk niveau geweest in juli 2025, die betrekking had op Frans recht. In die zaak ging het ook om een zieke werknemer die niet meer werkte en die ook geen loon meer ontving, zonder uitkering. In die zaak oordeelde het Europese Hof van Justitie dat deze werknemer nog steeds vakantiedagen opbouwde, want zieke werknemers bouwen tijdens ziekte onbeperkt vakantie op volgens het Hof. Alleen wettelijke vervaltermijnen kunnen daar tijdens het dienstverband iets aan veranderen. Ook zegt het Hof dat de vervaltermijnen minimaal één jaar moeten zijn, dus de vervaltermijn in Nederland van 6 maanden is eigenlijk in strijd met Europees recht.

Tegelijkertijd kent Nederland wel een veel langere loondoorbetalingsperiode tijdens ziekte dan andere Europese landen. De vraag is dan of het nog redelijk is dat wij in Nederland alsnog vakantiedagen opbouwen na 104 weken van ziekte, terwijl de arbeidsovereenkomst feitelijk ‘leeg’ is op dat moment. Vooralsnog kennen we geen uitzonderingen op de Europeesrechtelijke regel.

 

Wat betekent dit voor jou als werkgever?

Tijdens onze seminarreeks over actualiteiten binnen het arbeidsrecht hebben we al geadviseerd om alert te zijn op dit onderwerp. De meeste zekerheid krijg je door de touwtjes zelf in handen te nemen en de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid te beëindigen via het UWV. Er mag dan geen concreet uitzicht zijn op herstel binnen 26 weken (dit kun je aantonen via een verklaring van de bedrijfsarts) en er is geen herplaatsing meer mogelijk. Het UWV zal vervolgens beoordelen of je aan de ‘Poortwachterstoets’ hebt voldaan. Na ontslag is de werknemer niet meer in dienst en bouwt hij dus ook geen vakantiedagen meer op.

Kies je voor de andere route, dus laat je de werknemer toch in dienst met een ‘slapend dienstverband’? Zorg er dan in ieder geval voor dat je in je personeelshandboek of arbeidsovereenkomst hebt staan dat er geen (bovenwettelijke) vakantiedagen meer worden opgebouwd na 104 weken van ziekte. Het blijft afwachten wat de verdere rechtspraak en/of de wetgever hier nu precies over gaat zeggen, maar voor nu dek je jezelf daarmee zoveel als mogelijk in.

Zorg er in alle gevallen voor dat je verlofregistratie altijd up-to-date is.

 

Vragen?

Tot slot: de discussie is zoals je leest nog niet helemaal gesloten. Er zullen waarschijnlijk nog meer rechtszaken volgen, misschien zelfs over de vervaltermijn van 6 maanden bij vakantiedagen. Wij houden het voor je in de gaten! Mocht je tussentijds vragen hebben hierover, dan stel deze gerust via 013 544 04 00 en vraag naar Team Mens en Arbeid.

Eva Korver

Meer lezen