Vakantiedagen bij langdurig zieke werknemers: een nieuwe wending?

Eva Korver
eva.korver@vdt-advocaten.nl
Bijgewerkt: oktober 2026
Lange tijd werd aangenomen dat werknemers die langer dan 104 weken ziek zijn, geen vakantiedagen meer opbouwen na deze periode van 104 weken van ziekte. Dat komt vanuit de gedachte dat vanaf dat moment geen recht meer op loon bestaat. Maar bouwt een werknemer dan nog vakantiedagen op? Wij zien een interessante wending in de rechtspraak ontstaan, waarbij de werknemer toch wél recht op vakantiedagen blijft opbouwen na 104 weken van ziekte.
We leggen je uit waar dit vandaan komt en hoe je hiermee moet omgaan als werkgever.
Nederlandse jurisprudentie zegt ‘ja’ en ‘nee’: wat is het nu?
Eerder schreven we over een uitspraak van de kantonrechter in Arnhem op 12 augustus 2025. Daar kreeg een werknemer een IVA-uitkering omdat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was. Hij werkte niet meer, de periode van 104 weken was voorbij en hij ontving geen loon. Toch besloot de kantonrechter in die uitspraak dat hij wél vakantiedagen bleef opbouwen.
Volgens deze kantonrechter mag opbouw van vakantiedagen namelijk niet afhankelijk zijn van loon, in lijn met Europees recht.
Kort voor de feestdagen van 2025 kwam de rechter in Groningen echter tot een andere conclusie, namelijk dat er geen vakantiedagen opgebouwd worden na 104 weken van ziekte. In deze zaak ging het om een installatiemonteur die sinds november 2021 arbeidsongeschikt was. Vanaf november 2023 ontving hij een WIA-uitkering, werkte niet meer en kreeg geen loon. Toch claimde hij 238,35 uur vakantiedagen na het einde van de wachttijd van 104 weken.
Hij verwees naar de eerdere uitspraak uit Arnhem.
De rechter wees dat af. De redenen:
- Bij een slapend dienstverband is er geen recht op loon.
- Vakantiedagen bestaan volgens de Arbeidstijdenrichtlijn alleen met behoud van loon. Zonder loon geen recht op vakantie.
- Het doel van vakantiedagen – rust, ontspanning en vrije tijd – kan niet worden bereikt als de werknemer niet meer werkt.
- Na het einde van de wachttijd valt een werknemer vaak terug op een sociale uitkering, die in principe ook vakantie-uitkering dekt.
Conclusie: volgens de rechter uit Groningen bouwt een werknemer tijdens een slapend dienstverband geen vakantiedagen meer op. Deze uitspraak staat dus haaks op de eerdere uitspraak.
Wie heeft er gelijk? Wordt er wel of geen vakantie opgebouwd na 104 weken van ziekte? Hier zou naar onze mening geen discussie over moeten zijn: het is ofwel ‘ja’, ofwel ‘nee’. Maar op dit moment maakt de Nederlandse wetgeving deze vraag lastig(er) te beantwoorden als we dit vergelijken met Europees recht. Hoog tijd dus om te kijken hoe dit juridisch zit!
Hoe heeft de wetgever het bedoeld?
Het kabinet nam eerder het standpunt in dat de opbouw van wettelijke vakantiedagen tijdens ziekte stopt na de loondoorbetalingsperiode. Ook bij een slapend dienstverband, dus na 104 weken van ziekte als er niet meer gewerkt wordt. Volgens het kabinet is de Nederlandse wet niet in strijd met Europees recht. Het kabinet oordeelde daarmee in lijn met de rechter uit Groningen eind 2025. Is dat terecht?
Wat zegt het Europees recht?
Er is een uitspraak op Europeesrechtelijk niveau geweest in juli 2025, die betrekking had op Frans recht. In die zaak ging het ook om een zieke werknemer die niet meer werkte en die ook geen loon meer ontving, zonder uitkering. In die zaak oordeelde het Europese Hof van Justitie dat deze werknemer nog steeds vakantiedagen opbouwde. Zieke werknemers blijven tijdens ziekte in beginsel vakantiedagen opbouwen volgens het Hof.
Wel kunnen wettelijke verval- en verjaringstermijnen onder voorwaarden een grens stellen aan het behoud van opgebouwde vakantiedagen. Het Europees recht stelt eisen aan die termijnen, zeker als werknemers door langdurige arbeidsongeschiktheid hun vakantie niet hebben kunnen opnemen.
Tegelijkertijd kent Nederland wel een veel langere loondoorbetalingsperiode tijdens ziekte dan andere Europese landen. De vraag is dan of het nog redelijk is dat wij in Nederland alsnog vakantiedagen opbouwen na 104 weken van ziekte, terwijl de arbeidsovereenkomst feitelijk ‘leeg’ is op dat moment. Vooralsnog kennen we geen uitzonderingen op de Europeesrechtelijke regel die specifiek zien op deze Nederlandse situatie.
Hoge Raad krijgt een prejudiciële vraag
Begin dit jaar, op 17 maart 2026, heeft de kantonrechter in Rotterdam besloten een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad voor te leggen:
“Bouwt een arbeidsongeschikte werknemer – anders dan artikel 7:634 lid 1 BW bepaalt – vakantiedagen tegen loonwaarde op tijdens een slapend dienstverband?”
Een prejudiciële vraag is een formele vraag die een lagere rechter stelt aan een hogere rechter om duidelijkheid te krijgen over de interpretatie van de wet. De Hoge Raad kan hiermee duidelijkheid bieden over een rechtsvraag die in veel vergelijkbare zaken speelt. Met andere woorden: dit is de manier om een landelijk eenduidige uitspraak te krijgen over een ingewikkeld juridisch punt.
Inmiddels is er een belangrijke ontwikkeling: advocaat-generaal De Bock heeft haar conclusie over deze vraag uitgebracht.
A-G De Bock: ook tijdens slapende dienstverbanden worden vakantiedagen opgebouwd
Op 9 oktober 2026 heeft advocaat-generaal (A-G) De Bock haar conclusie uitgebracht naar aanleiding van de prejudiciële vraag van de kantonrechter in Rotterdam.
Volgens de A-G bouwen arbeidsongeschikte werknemers ook tijdens een slapend dienstverband vakantiedagen tegen loonwaarde op.
De A-G baseert haar conclusie op het Europees recht. Daaruit volgt volgens haar dat arbeidsongeschikte werknemers vakantiedagen blijven opbouwen, ook als zij niet werken. Bovendien mag de opbouw van vakantiedagen volgens het Europees recht niet afhankelijk worden gesteld van het recht op loon.
En daar wringt het volgens de A-G met de Nederlandse wet. Die koppelt de opbouw van vakantiedagen juist wel aan het recht op loon. Daardoor bouwen werknemers volgens de Nederlandse wet tijdens een slapend dienstverband geen vakantiedagen op.
Volgens A-G De Bock is dat in strijd met het Europees recht. Zij vindt daarom dat de rechter de Nederlandse regel op dit punt buiten toepassing moet laten.
Wat betekent dit nu?
Als de Hoge Raad de conclusie van de A-G volgt, betekent dit dat arbeidsongeschikte werknemers ook na 104 weken ziekte vakantiedagen tegen loonwaarde blijven opbouwen zolang hun dienstverband voortduurt. Dat kan voor werkgevers een flinke extra kostenpost opleveren, bijvoorbeeld wanneer bij beëindiging van het dienstverband opgebouwde vakantiedagen moeten worden uitbetaald.
Daar komt mogelijk nog een andere kostenpost bij. Het kabinet wil namelijk ook de compensatieregeling voor de transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid volledig afschaffen. De beoogde ingangsdatum is inmiddels uitgesteld tot 1 januari 2028. Meer hierover lees je in ons artikel Compensatie transitievergoeding bij langdurige ziekte: afschaffing uitgesteld tot 1 januari 2028.
Voorlopig blijft er dus nog onzekerheid bestaan. De conclusie van de A-G is een advies aan de Hoge Raad en nog geen definitieve uitspraak. Het is afwachten of de Hoge Raad hierin meegaat. Ook de voorgenomen afschaffing van de compensatieregeling voor de transitievergoeding is nog niet definitief: het wetsvoorstel moet nog worden aangenomen.
Wat betekent dit voor jou als werkgever?
Tijdens onze seminarreeks over actualiteiten binnen het arbeidsrecht hebben we al geadviseerd om alert te zijn op dit onderwerp. De conclusie van de A-G maakt dit alleen maar relevanter.
Wil je voorkomen dat een slapend dienstverband onnodig blijft voortduren? Onderzoek dan tijdig of je de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid kunt beëindigen via het UWV. Er mag dan geen concreet uitzicht zijn op herstel binnen 26 weken (dit kun je aantonen via een verklaring van de bedrijfsarts) en herplaatsing mag niet mogelijk zijn.
Het UWV zal vervolgens beoordelen of je aan de re-integratieverplichtingen hebt voldaan. Na ontslag is de werknemer niet meer in dienst en bouwt hij dus ook geen vakantiedagen meer op.
Kies je voor de andere route, dus laat je de werknemer toch in dienst met een ‘slapend dienstverband’? Houd er dan rekening mee dat mogelijk ook na 104 weken ziekte wettelijke vakantiedagen worden opgebouwd. Een bepaling in de arbeidsovereenkomst of het personeelshandboek dat de vakantieopbouw stopt, biedt daar niet zonder meer bescherming tegen. Voor bovenwettelijke vakantiedagen kunnen andere afspraken gelden.
Zorg er in alle gevallen voor dat je verlofregistratie altijd up-to-date is. En houd bij slapende dienstverbanden rekening met de mogelijke financiële gevolgen van verdere vakantieopbouw.
Vragen?
Tot slot: de discussie is zoals je leest nog niet gesloten. Met de conclusie van A-G De Bock zijn we een stap dichter bij duidelijkheid, maar het definitieve oordeel van de Hoge Raad moet nog volgen. Wij houden het voor je in de gaten!
Mocht je tussentijds vragen hebben hierover, dan stel deze gerust via 013 544 04 00 en vraag naar Team Mens & Arbeid.
Inhoudsopgave
Tags
Plan een vrijblijvend gesprek in